© Laon, Vue sur la Montagne Couronnée | Office de Tourisme du Pays de Laon

Hauts‑de‑France : Frontgebied vol ondergrondse geheimen

Een kijk op het leven in de ondergrondse schuilplaatsen

De vele ondergrondse vestingen die je in Hauts-de-France vindt, speelden doorheen de geschiedenis een fascinerende rol. Er werd aan ontginning gedaan, er woonden en leefden mensen, dan weer werden ze gebruikt als opslagplaats, maar helemaal tot de verbeelding spreekt de oorlogsperiode toen ze als schuilplaats dienden tegen de bezetters. Hauts-de-France was lange tijd echt frontgebied en het laatste bolwerk voor Parijs, dat altijd stand moest houden, hoe zwaar de regio ook onder vuur lag. De ondergrondse middeleeuwse stad van Laon, het ondergrondse labyrint van Arras, aangelegd door Nieuw-Zeelanders, de kazernes voor Franse, Australische en later Duitse soldaten in Naours onder de Chemin des Dames: vier attracties waar je vandaag kunt in ‘onderduiken’ om een stukje geschiedenis te herbeleven.

Arras _ Carrière Wellington © Office de Tourisme Arras Pays d'ArtoisArras _ Carrière Wellington © Office de Tourisme Arras Pays d'Artois
©Arras, Carrière Wellington |Office de Tourisme Arras Pays d'Artois
Laon

Een kathedraal boven en onder de grond

Aan de voet van de Montagne Couronnée vind je een kaart van de citadel van Laon, die toegang geeft tot een labyrint van ondergrondse gangen. Te bezoeken met een zaklamp bij de hand. In de kalkplafonds en wanden vallen meteen de fossielen van buikpotigen op.

‘Die herinneren ons eraan dat Laon miljoenen jaren geleden onder water lag. De stad kende pas later een bloeiperiode dankzij de wijnbouw, maar ook door de ontginning van zand- en kalksteen die diep uit de berg werden ontgonnen. De kathedraal van Laon is overigens opgetrokken uit plaatselijke stenen.’

legt gids Lucie uit

Terwijl je de gangen verkent, kom je Gallo-Romeinse graanopslagplaatsen en vergeten restanten van het middeleeuwse belfort tegen, maar de voornaamste attractie is de betoverend mooie verlichte bogenrij, waar je je de ogen op uitkijkt. Het lijkt wel of je je in een ondergrondse kathedraal bevindt. Magistraal! ‘Deze plaats is eigenlijk zo gevormd door een schietleiding die de mijnwerkers aangelegd hebben tussen twee bastions van de citadel. Achter elke boog schuilt een kazemat, waar de soldaten zich tijdens de oorlog ophielden om de versterkte vesting te verdedigen.’

Via een munitieopslagplaats verlaat je de ondergrondse gangen en kom je boven in de citadel uit. Het uitzicht is er adembenemend, met de kathedraal die trots boven de stad staat te pronken. In de verte tekent zich ook de heuvelkam af die de vallei van de Ailette scheidt van de vallei van de Aisne en de Chemin des Dames, de iconische weg die in de Eerste Wereldoorlog een grote rol gespeeld heeft.

Oulches-la-Vallée-Foulon

La Caverne du Dragon

een ondergronds museum om je helemaal in onder te dompelen

La Caverne du Dragon bevindt zich in een groeve die afwisselend door Franse en Duitse soldaten werd gebruikt, waarbij ze in een beurtrol de ruimtes innamen. Ze leefden er ondergronds en hielden er bijna gelijktijdig kantonnement terwijl bovengronds zware gevechten geleverd werden.

Het waren de Duitse soldaten die de naam Drachenhöhle bedachten, vermoedelijk omdat er zeven openingen waren van waaruit de machinegeweren hun vuur spuwden. Ondergronds was het leven vrij goed georganiseerd. Er werd voedsel, munitie en geneesmiddelen bewaard. Er was een operatiekwartier, een kapel, elektriciteit en zelfs telefonie. De twee kampen hebben deze gangen gedeeld, afscheidingsmuren gebouwd en samen in het halfduister en de vochtigheid geleefd. Tijdens een bezoek worden vandaag de vijf zintuigen aangesproken. Zo wordt het een geschiedenisles die kinderen echt heel concreet beleven en zo hun aandacht scherp houdt.

Na de duik in het verleden is het aangenaam om wat frisse lucht te scheppen op de groene glooiingen en te genieten van de rust van de open vlaktes. Zo kun je een bezoek brengen aan la Constellation de la Douleur, een werk van Christian Lapie dat bestaat uit negen reusachtige standbeelden die de Senegalese schutters herdenken die in 1917 sneuvelden in de slag bij de Chemin des Dames. Een verplicht bezoek als je in de buurt bent.

Arras

De Wellingtongroeve

herbeleef de grootste verrassingsaanval van de Eerste Wereldoorlog

Een kathedraal uit krijt, 20 meter onder de kasseien van de Arras. Dit was het decor voor een een strategische bliksemaanval om de Duitse troepen te verrassen.

De strijdkrachten van het Gemenebest hadden in de steengroeven onder Arras een netwerk van tunnels uitgegraven, waarvan die van Wellington er een was. Vooral het werk van Nieuw-Zeelandse tunnelgravers, die daar een enorme menselijke en materiële inspanning leverden. Het ondergrondse netwerk strekt zich uit van Arras tot aan het front, over meer dan 19 kilometer. Maar liefst 24.000 Australische, Britse, Canadese en Nieuw-Zeelandse soldaten – evenveel als het aantal inwoners van de stad toen – wachtten in die donkere, vochtige krochten gedurende acht dagen vol ongeduld op het aanvalssignaal. Acht dagen waarin ook een echte broederschap ontstond en er ruimte was voor een grap en een grol, zoals blijkt uit de vele opschriften op de muren.

Bij je bezoek krijg je een brodiehelm om op te zetten en ga je via een lift diep onder de grond in Arras. Meteen overvalt de kou je, maar ook alle zintuigen worden op de proef gesteld: je hoort explosies, fluitsignalen en orders die heen en weer worden geschreeuwd. Je waant je zo in 1917, net voor de ultieme aanval zou plaatsvinden. Je leeft echt mee met de soldaten in hun dagelijkse strijd, iets wat hun afstammelingen echt op prijs stellen. De helft van de bezoekers is immers afkomstig uit het Gemenebest. Een bewijs dat internationale broederschap, vrede en vrijheid ook een duurzaam gegeven kunnen zijn.

Naours

Ondergrondse stad

herbeleef de omzwervingen van de Australische soldaten

 

De grotten van de ondergrondse stad in Naours (ten noorden van Amiens) tonen een ander beeld van de Australische soldaten in de Eerste Wereldoorlog. Zo leer je dat die jonge kerels ook graag de toerist uithingen en weleens een bezoekje brachten aan de vele bezienswaardigheden in de regio. Meer dan 700 soldaten hebben er ongeveer 3.000 opschriften en handtekeningen achtergelaten, alsof ze wilden dat we vandaag een goed beeld zouden krijgen van hun dagelijkse bezigheden.

Dat de Australische soldaten zelfs een beetje verknocht geraakt waren aan de regio Hauts-de-France, kun je vandaag nog merken in de Australische staat Queensland, waarvan de meesten afkomstig waren en waarnaar ze na de oorlog terugkeerden. Je vindt er opvallend veel dorpen en steden met namen die ons vertrouwd in de oren klinken: Pozières, Bapaume, Bullecourt, Fleurbaix en zelfs Amiens.

Mening van de inwoners

Jean-Pierre Gilson, photographe à CompiègneJean-Pierre Gilson, photographe à Compiègne
De twee fotogeniekste plekjes in Laon

 

Als je selfies of foto’s wilt om ‘wow’ van te zeggen, dan raad ik twee speciale plekjes aan. Voor de eerste begeef je je naar de Porte d’Ardon. Daar heb je een panoramisch uitzicht op de stadswallen met zijn torens en tegelijk op de Cuve Saint-Vincent. Dat lijkt wel een heel klein stukje platteland dat helemaal weggenesteld ligt in de bovenstad van Laon. Daar groeiden ooit wijnranken, vandaag is het een beboste zone waar het heerlijk wandelen is. Er komt wel wat klimwerk bij kijken.

Mooie kiekjes kun je ook schieten in de Rue Thibesard. Van daaruit kun je de kathedraal in volle glorie bewonderen, maar ook de Sint-Maartenskerk en nog eens de Cuve Saint-Vincent.

 

Jean-Pierre Gilson, fotograaf en kenner van Picardië